Aan verdwaalde sokken

Dit is een ode,
een antipode
een tegengif voor het vilein.

Een ode
aan de sokken
die de zijne niet zijn

Een ode
aan die ene
onbekende in de was

Een ode
aan de lichtvoet
sluipend door het blauwe gras

De deur is
op een kier nu
en het slaapkamertapijt

is bezaaid
met einzelgängers
allen zijn er eentje kwijt

Advertentie

Locked-in

Mensen werken aan de pingpongtafel, eten sommen als ontbijt, beren blijven eenzaam achter, werken in verloren tijd

Mensen gaan op jacht naar later, zoeken wat de pijn verzacht: hamsters, kogels, diepvrieserwtjes, waar een kind het laatste lacht

Mensen praten almaar harder, stilte kent een kort bestaan, poëzie vult alle gaten, komt een man de dokter zingt, de dokter danst, de wereld staat niet op z’n kop. Maar wij. Wij zijn van binnen gek geworden.

asmr live

De deurbel gaat en daar is De Stem. Wat een morsig mannetje.

Hij komt het nieuwe geloof verkondigen. Ik laat me een containerschoonmaakabonnement aansmeren om hem maar te horen praten. Niet ophouden. Alsof er een innerlijke geluidsfrequentie zachtjes aangetikt wordt.

Ze staan ook op internet. Zo’n stem die zegt ‘Ooooh…It’s you again. How nice to see you…….’. Fluwelen nonsens komen op koude voetjes m’n oren in. Het kriebelt een beetje. De geest glijdt weg. Eindelijk ligt die aap even stil.

T-shirt

‘Mag ik jou iets vragen?’
Ze herkent de man als een van die bekende vreemden die dag in dag uit met haar meereizen, sommigen zichtbaarder dan anderen. Na verloop van reistijd voelen ze allemaal een beetje vertrouwd.
Wat zou die nou van me willen, vraagt ze zich af, maar misschien wil hij alleen de weg vragen. Best een knappe man, zie ze als ze dichterbij komt. Zou hij nou speciaal aan míj iets willen vragen?
‘Ja natuurlijk’
‘Kan het zijn dat jij vanmorgen je T-shirt in de trein hebt laten liggen?’
Hoe ze in een vloeiende beweging haar bezwete fietsshirtje uittrok en haastig een frisgewassen truitje over haar hoofd trok, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om in een volle treincoupé de kleur van de dag te herkennen in je BH. Ze dacht altijd dat niemand het zag, deze dagelijkse routine.
De tas gaat open en met een triomfantelijk gebaar tovert hij haar zwarte shirtje tevoorschijn. ‘Oooh, gênant dit ahahahah, jaaah dat is mijn shirt!’.
Hij laat een geamuseerd lachje horen. ‘Ik dacht al dat ik iets zag dat niet dagelijks gebeurt’
‘Eh, nou, jawel. Dat doe ik elke dag, maar ik probeer het met zo’n vanzelfsprekendheid te doen dat het niet opvalt. Dat is dus niet gelukt…’
Toen ze wegfietste was ze zich ineens heel erg bewust van de grootte van haar te opvallende mintgroene regenjas die als een supermancape om haar heen wapperde. Thuisgekomen stak ze haar neus in haar shirt. Gelukkig, geen zweetlucht. Rook best lekker fris eigenlijk, was dit wel haar geur, of was die nu vermengd met de zijne? Zou hij eraan geroken hebben? Vast wel. Dat hij was opgestaan van zijn plek om het shirt op te rapen, de moeite had genomen het in zijn tas te doen, wetende dat zij in de terugtrein in dezelfde coupé zou zitten als altijd. En dat ze daar dit keer niet zat, omdat ze later was ingestapt, aan de verkeerde kant van de trein. Dat hij had gewacht bij de uitgang van de fietsenstalling tot ze naar buiten kwam.
Ze was vergeten zijn naam te vragen, maar ze zou hem wel weer ergens tegenkomen. Tot de zomer reisde hij die kant op had hij gezegd, eraan toevoegend ‘maar morgen ben ik met de auto’.

Bravage

Je zou toch denken dat,

na jaren trouwe dienst,

het dragen van ontdooiend spek op blinkend oppervlak,

van botte messen die de putjes in je aanrechtblad,

dat iemand aan het rechte eind

nog even had gewacht om dat, met meer bravoure –

maar nee:

met klapperende deurtjes,

onverkwikkelijke geurtjes en een grand salut

neemt de afzuigkap de laatste bocht en blaast

de aftocht.

Vleugellam

Sta nu op,

ik ben de zwarte vogel in je binnennest,

ik voed me met de maden

uit je onbekwame vlees,

kras kraaienpootjes,

been je schedel uit. Schrik niet

van een kale schreeuw:

je valt,

verliest je evenwicht, je

onderdak.

.

Ik duw je stompe lichaam

door het open raam en vlieg

voorbij.

.

Zo vang ik vliegen

die niet vliegen kunnen

– nooit geleerd want nooit gedaan

.

Het zal een lichte

landing zijn, je valt voordat je

echt gevallen bent.